Discipline: deel twee

Discipline: deel twee

Met name dat laatste wordt mij veel gevraagd door deelnemers van assessments en trainingen. ‘Ik heb er eigenlijk geen zin in, maar ik weet dat ik eerder m’n doelen bereik als ik me zus-of-zo gedraag. Hoe doe ik dat dan?’
Ik merk dat er bij die mensen een beeld van discipline bestaat dat zegt je om successen te behalen eerst vaak en veel dingen moet doen waar je eigenlijk geen zin in hebt. Dat is volgens mij een onjuist beeld. Sterker nog, ik vertel deelnemers met dat beeld dat je het op die manier NOOIT gaat leren.
 
Discipline gaat niet over moeten. Het gaat over willen. Hoe meer je iets wil, hoe makkelijk je het doet. Als je net zo graag naar de sportschool gaat, minder tv kijkt, meer aandacht hebt voor je geliefden, beter met je mensen wil omgaan, beter wil leidinggeven – noem maar op – als dat je adem haalt, dan doe je dat. Punt. Je doet dat net zo lang (fout), totdat je het doet zoals je wil. Als ik je van je adem zou beroven, dan kan het je niets meer schelen of je fouten maakt, of dat je het nieuws mist of dat je geen zin meer hebt. Dan wil je maar één ding: ademhalen. Dat bedoel ik met ‘willen’. En dat heeft niets te maken met ‘moeten’.
 
Natuurlijk leg ik uit hoe je gedrag zus-of-zo effectiever kan inzetten in een trainings/assessmentsetting. Mensen hebben wel iets concreets nodig om in te trainen of te oefenen. Maar dat doen we pas als er genoeg ruimte is om te onderzoeken welke keuzes er aan dat nieuwe gedrag ten grondslag liggen. Als iemand wil, echt wil, dan heeft het veel zin om dat gedrag in te trainen. Maar zonder die keuze, zonder die discipline heeft het geen zin. Nooit niet.
 
Het is dus veel interessanter voor mij WAAROM iemand iets doet in plaats van WAT iemand doet.
Dus vraag je jezelf eens af. Sta je in de ochtend op omdat je wekker gaat of heb je iets waar je echt voor kiest? Dat onderzoek ga ik graag met je aan.