Het kleine kind in ons

Naar aanleiding van mijn vorige blog over de krassen op onze ziel en de eerste beweging die we daarom maken, kreeg ik een berichtje binnen. Het punt dat ik maakte, ging over het evenwicht tussen de voordelen van diepe zelfkennis en het kunnen omgaan met de context die soms zo heftig en onverbiddelijk is. Die diepe zelfkennis wijst vooral naar zicht op onze eigen beperkt helpende strategieën die erop gericht zijn pijn, afwijzing of een tekort aan liefde niet te voelen. In dat berichtje kreeg ik de vraag of iedereen zo’n eerste beweging heeft. Of het ook kan zijn dat je géén kras op je ziel hebt. De toon van die vraag was er een van met rollende ogen die uitdrukt dat het soms ook allemaal maar psychologisch gezwets is. Dat gedoe over en gewroet in wat er in je vroege jeugd allemaal mis zou zijn gegaan.

Bij zo’n vraag heb ik over het algemeen twee verschillende reacties die soms een beetje door elkaar heen lopen. Enerzijds word ik er altijd een beetje blij van. Ik houd van een nuchtere en praktische kijk op menselijke ontwikkeling en persoonlijk leiderschap. Ik ben erg van de school die ik noem ‘Soms is een sigaar gewoon een sigaar’. Dingen onnodig psychologiseren hoort voor mij vooral bij zweverige, bomen-knuffelende onzin die nergens toe leidt en wellicht zelfs irritatie oplevert. Daarnaast kan ik een stap mee met het idee dat je altijd verantwoordelijkheid draagt voor het gedrag wat je nú te berde brengt. Het kan nooit zo zijn dat je de schuld kan geven aan wat er met je gebeurd is in het verleden, voor hoe je in het heden iemand pijn doet of op een andere manier een oor aannaait. Daar kies je, als volwassen mens, bewust of onbewust voor. En daar ben alleen jij verantwoordelijk voor.

Tegelijkertijd voel ik me altijd een beetje op de vingers getikt als ik zo’n opmerking krijg. Alsof ik iets bij de ander heb aangeraakt waar ik vanaf moest blijven. In het werk dat ik doe met mensen, in assessments, training en coaching, kan ik dan zo voelen hoe we met elkaar op een gebied komen waar nog onaangeraakte pijn zit. En als ik dat voel, helpt het me om altijd voor het kind te gaan. Daar bedoel ik het volgende mee. Het gekwetste kind in de ander vraagt nog steeds om dat waar ze naar verlangde. Al zo lang. En het volwassen stuk in de ander stelt die vraag met die rollende ogen. Alsof dat deel zegt tegen dat innerlijke kind: ‘Stel je niet aan. Hup, hup, aan de bak jij!’ En mocht dat zo zijn, dan geloof ik erin dat dat innerlijke kind het liefst gewoon even op schoot wil. Gewoon even mag voelen wat ze voelt. En dat het zo fijn en helend zou zijn voor dat kind, maar ook voor de andere delen van die vragensteller, om contact te maken met dat verlangen.

Want is het niet zo dat iedereen wel een onvervuld kind-verlangen in zich heeft? Is het niet zo dat iedereen graag het gevoel wil hebben erbij te horen, gezien te worden, ertoe te doen, waardevol te zijn, uniek te zijn in zijn of haar zijn? Zijn dat niet universele behoeften die iedereen met zich meedraagt?

En zou het niet tof zijn om, in je volwassen leven, helemaal vrij te zijn om, zonder enige remming, al die behoeftes ingewilligd te voelen? Zou dat niet maken dat je de vrije ruimte zou voelen om het leven en alles wat zich daarin aandient het hoofd te kunnen bieden? Op een manier die helemaal past bij jouw unieke talenten? En waarin je altijd de overvloed zou kunnen ervaren van wat zich in dit leven allemaal afspeelt? Het mooie én het lelijke?

Dus ja. Ik ga voor dat kleine kind in ons. Ook in dat van mij. Dat kind in mij dat zich op de vingers getikt voelt, omdat het te dichtbij komt bij dingen waar een verbod op zit. En dat de neiging heeft om er dan maar een grapje over te maken of om het onbesproken te laten en er vooral geen vraag over te stellen. Dan zeg ik tegen dat ventje: ‘Ik snap je hoor. Het is helemaal oké dat je voelt dat daar wat zit. En het is zelfs iets wat je bijzonder maakt.’ Zo kan er ruimte ontstaan om daarna een beslissing te nemen om het wel of niet ter sprake te brengen. En dan…dan ontstaat er vaak een ontmoeting van betekenis. Of het nou een sigaar is of juist niet.

Danny van der Schoor

Danny van der Schoor

Senior trainer en assessment adviseur

"Wat mij in ons werk zo raakt, is dat als deelnemers zichzelf die vragen stellen, ze tot nieuwe antwoorden kunnen komen. Als ze zich opeens weer herinneren wat echt van belang is in hun leven, en daar verantwoordelijkheid voor nemen, dan komt er veel energie vrij die leidt tot een mooiere liefdevollere wereld. Om met hen die vragen te stellen en op zoek te gaan naar antwoorden vind ik eervol en prachtig werk."