Epidemie van wantrouwen

Epidemie van wantrouwen

Vetrouwen is ‘de weg’.
Dat onthoud ik. Dat komt ook door de tijd waarin we nu leven: door de crisis zijn we geneigd in de angst te schieten. Ook ik. Hoe zal het verder gaan met de trainingsbranche? Wat betekent dat voor ons? Voor mijn baan?

Angst activeert oude patronen, oude communicatiemodellen: in de gesprekken die ik voer als account manager krijgt het eigen verhaal soms te veel nadruk. Argumenteren, overtuigen, gelijk hebben. Het zijn oude modellen die een valse zekerheid op resultaat bieden. Doordat het vertrouwen weg is, leun ik af en toe op controle, waardoor het luisteren er bij inschiet. En ik weet dat het daar niet om gaat, én dat je het daar niet mee redt. Waar het vooral om moet gaan is dat we vertrouwen blijven hebben in wat we kunnen brengen en wat we anderen kunnen geven. Dat is wat resultaat brengt.

Over ‘de weg’ gesproken

Van de week keek ik naar de BBC serie The Big Silence. Wat ik daar zag bracht een nieuwe blik op het vertrouwen van Covey. The Big Silence laat zien hoe vijf hele drukke en verschillende Engelsen worden ondergedompeld in de stilte van een klooster in Sussex. Christopher Jamison, voormalig abt van het klooster, zegt over het ervaren van die stilte: “We bump into our deepest self.

Het gaat daarbij over goed luisteren. De open, nieuwsgierige en humorvolle houding van Jamison viel me daarbij op. Alles wat gezegd werd door zijn gasten, ook al werden er heilige huisjes omver getrapt, mocht er zijn. Hij en zijn monniken zijn het gewend, het is een way of life met diepe spirituele context. En die bestaat al eeuwenlang, volgens eenvoudige principes (Leestip). Vertrouwen op de waardevolle inbreng van een ieder is hierbij van groot belang.

Opvallend genoeg werkt Jamison in die way of life met modellen die ook wij in onze trainingen gebruiken. In zijn boek Finding Sanctuary: Monastic Steps for Everyday Life maakt deze klooster-leider de Benedictijnse leefregels duidelijk aan de hand van nota bene het boek Good to Great van Jim Collins (2001).

Collins beschrijft in dit boek wat excellente ondernemingen onderscheidt van goede ondernemingen. Eén van de belangrijkste elementen daarin is dat het leiderschap zich kenmerkt door nederigheid en bescheidenheid. Dan gaat het niet om een kruiperige afhankelijkheid, maar om het principe ‘het gaat niet om mij, maar om de ander’. Jamison gebruikt de ideeën van Collins om aan te geven wat de rol van stilte is. Door stilte te ervaren creëer je ruimte om te luisteren en je als leider te verplaatsen in de wereld van een medewerker. Als gevolg krijgt een medewerker de ruimte om zijn of haar kennis, kunde en vooral persoonlijkheid optimaal in te zetten. Hierin zit ook het vertrouwen van Covey: het geven en krijgen van ruimte om tot succes te komen.

Wat doe ik daar mee?

Zelf probeer ik die stilte op te zoeken. Ik bezoek elk jaar een paar dagen een klooster en elke werkdag sta ik een half uur eerder op om mindfulness-oefeningen uit onze eigen mindfulness-training te doen. Zo probeer ik  te ontsnappen aan wat Jamison ‘de epidemie van busy-ness’ noemt. Ruimte geven aan stilte en vertrouwen, zodat ik kan doen wat bij me past of wat er nodig is en ik prettig kan samenwerken en m’n hoofd er bij kan houden.

Zo kom ik erachter dat Covey meer is dan zo maar een management goeroe. Hij weet snaren te raken die gaan over het loslaten van controle en het weggeven van vertrouwen. Waardoor je vanzelf vertrouwen terugkrijgt. Ik combineer dat met de stilte van Jamison om vol vertrouwen verder te gaan met alles wat ik in leven en werk tegenkom.